Het is wél zinnig te debateren over dingen die men weet, dus debateren over de interpretatie van het gekende om te komen tot wetenschappelijk onderbouwde conclusies.
Het heeft echter géén zin te debateren over dingen die men niet of slechts ten dele weet: dit is onwetenschappelijk koffiedik kijken met als enig resultaat een "welles-nietes-twistgesprek".
Het doel van deze blog is niet een wetenschappelijke verhandeling te schrijven, maar de lezer voldoende informatie te verschaffen om zich een mening te vormen op basis van feitenmateriaal.
I.Wat is klimaat?
Klimaat is het geheel van atmosferische omstandigheden, bepaald door de temperatuur van de atmosfeer, en een continu streven naar evenwicht tussen de elementen die door de temperatuur worden beinvloed.
Elke verandering in temperatuur, hoe miniem ook, brengt een evenwichtsreactie teweeg bij alle elementen (luchtvochtigheid, wind, regen,...).
Men kan dit vergelijken met een slinger. Geven we de slinger een kleine uitwijking dan zal deze vlug, met weinig energie (kracht), tot rust komen: het evenwicht is hersteld. Hoe groter de uitwijking wordt, des te groter wordt de energie (kracht) waarmee de slinger naar het evenwicht streeft, des te langer ook duurt het om dat evenwicht te bereiken. Dit betekent dat de evenwichtsreacties van de elementen in hevigheid toenemen naarmate de temperatuursverandering groter wordt.
De énige warmtebron die onze planeet Aarde ter beschikking staat is de ster die we Zon noemen.
Elke fluctuatie in de temperatuur van de atmosfeer is te wijten aan:
- wijzigingen in de zonneactiviteit,
- plaats van de aarde ten overstaan van de zon,
- stand van de as van de aarde ten overstaan van de zon
- stand van de as van de aarde ten opzichte van zijn baan,
- geografische/geologische veranderingen (gevolgen op zeer lange termijn).
[Er is een immens verschil in het begrip tijd tussen enerzijds tijd zoals de mens die ervaart en tijd in geologische termen. Het geologisch "snel" betekent in mensentaal duizenden jaren.]
II.Wat weet men?
In grote lijnen kunnen we stellen dat het onderzoek naar de geschiedenis van het klimaat en de veranderingen ervan in het verleden ons met een hoge graad van zekerheid een exact en gedetailleerd beeld oplevert.
- In de geschiedenis van de Aarde kan men met zekerheid aantonen dat er sedert ca. 2,5 miljard jaar geleden tot heden minstens 5 ijstijden zijn geweest.
Ijstijden duren miljoenen jaren en worden gekenmerkt door de aanwezigheid van landijskappen. De huidige aanwezigheid van ijskappen (Antarctis, Groenland) betekent dus dat we nog steeds in een ijstijd leven! Binnen een ijstijd is er afwisseling van langdurende glacialen (kouder met uitbreiding van de ijskappen en gletsjers) en kortdurende interglacialen (warmere perioden gevolgd door partiële afsmelting van de ijskappen en gletsjers). De overgang van interglaciaal naar glaciaal wordt steeds voorafgegaan door een opwarming. Binnen een glaciaal kunnen er korte warmere periodes optreden, omgekeerd kunnen er binnen een interglaciaal ook korte koudere periodes optreden. Sedert ca. 2 miljoen jaar geleden zijn er minstens 15 cycli geweest van 100.000 jaar met 80.000 jaar glaciaal en 20.000 jaar interglaciaal. Het laatste interglaciaal, waarin wij nog steeds leven, is ca. 12.000 jaar geleden begonnen. - Onderzoek van de evolutie van de glacialen over laatste 400.000 jaar toont aan dat een glaciaal begint wanneer het CO2 gehalte in de atmosfeer 280 ppmv (= delen per miljoen) bedraagt. Gedurende het glaciaal (duur ca. 80.000 jaar) neemt het CO2 gehalte geleidelijk af tot 180 ppmv. Tijdens deze afname komen er talrijke periodes voor dat het CO2 gehalte tijdelijk en voor een korte periode iets toeneemt. Op het einde van het glaciaal is het CO2 gehalte gedaald tot 180 ppmv en neemt dan plotseling weer zéér snel en zéér sterk toe tot 280 ppmv (opwarming vóór het begin van een nieuw glaciaal). Deze plotse ommekeer is het begin van de overgang naar een interglaciaal (duur ca. 20.000 jaar). Volgens de grafiek staan wij nu aan het begin van de overgang naar een nieuw glaciaal dat zich binnen ca. 5.000 jaar zal aandienen.
- Ongeacht wat oorzaak of gevolg is: er is een ontegensprekelijk verband tussen CO2 concentratie en temperatuur. Onderzoek heeft aangetoond dat de CO2 concentratie kan stijgen ten gevolge van temperatuursstijging wat op zijn beurt resulteert in een omgekeerd effect: stijging van de temperatuur ten gevolge van de toegenomen CO2 concentratie. Externe invloeden zoals verandering in zonneactiviteit, menselijke activiteit, geografische/geologische veranderingen tonen een onmiskenbare parallelle verandering van CO2 en temperatuur.
- Het klimaatveranderingsproces is door terugkoppeling zichzelf onderhoudend en versterkend, en omwille daarvan exponentiëel versnellend: de opwarming die parallel toeneemt met de CO2 concentratie verhoogt de vochtigheidsgraad van de atmosfeer (waterdamp is een van de sterkste broeikasgassen!), verkleint de witte ijsoppervlakte waardoor minder zonnestraling (=warmte) wordt teruggekaatst en meer warmte wordt opgenomen in de toegenomen donkere oppervlakten, massaal vrijkomen van NH4 (methaan, 20 keer sterker broeikasgas dan CO2) uit de smeltende permafrost, om maar enkele zekere terugkoppelingen te noemen. Het is door dit mechanisme van terugkoppeling en de daaruit volgende exponentiële versnelling dat we slechts sedert de laatste decennia de gevolgen zien van een proces (explosieve toename CO2 gehalte, onmiskenbaar toe te schrijven aan menselijke activiteit) dat bijna twee eeuwen geleden is ingezet.
- De stand van de aardas ten opzichte van de baan rond de zon heeft rechtstreeks invloed op het klimaat. Door gravitatiekrachten (zon, maan, andere planeten) beschrijft de as van de Aarde een tolbeweging waardoor deze schommelt tussen 21,5 en 24,5 graden ten opzichte van de baan. De periode van één tolbeweging is 26.000 jaar. Door deze tolbeweging verandert de invalshoek van de zonnestralen wat afwisselend verwarming/afkoeling tot gevolg heeft
De factoren of parameters die het klimaat bepalen zijn uitermate talrijk en immens complex:
- externe parameters: waaronder vooral zonneactiviteit,
- geografische/geologische parameters,
- atmosferische parameters.
Wijziging in één ervan heeft een invloed op quasi alle atmosferische parameters. Veel van deze parameters zijn wel gekend maar de onderlinge samenhang ervan is in veel gevallen nog steeds niet duidelijk. Een van de redenen hiervoor is dat precieze waarnemingen en gegevens nog maar recent mogelijk geworden zijn (door perfectionering van de technische middelen en de spreiding over het hele wereldoppervlak) zodat er nog geen langetermijnsinzicht is in oorzaken en gevolgen.
- Externe parameters zijn deze die te maken hebben met de zonneactiviteit. De activiteit varieert volgens een cyclus van gemiddeld 11 jaar. Binnen deze cyclus is er een periode van minimale activiteit zonder zichtbare zonnevlekken, en een van maximale activiteit met optreden van zonnevlekken. De magnetische polen van de zon wisselen van plaats op het ogenblik dat de meeste zonnevlekken te zien zijn (volgende wisseling moet plaatsvinden in 2012). Alhoewel de intensiteit van de zonnestraling parallel verloopt met de 11-jarige cyclus is er geen aanwijsbare invloed op de temperatuur van de atmosfeer. Er blijft dus een grote mate van onzekerheid.
- Geografische parameters hebben voornamelijk te maken met de spreiding van de continenten en de verdeling van de oceanen. Het spreekt vanzelf dat de invloed hiervan slechts op zéér lange termijn voelbaar is en van geen enkel belang op klimaatverandering op korte termijn. Geologische parameters (vb. vulkaanuitbarsting) hebben wel onmiddellijke, meestal kortstondige invloed op het klimaat, maar zijn onvoorspelbaar en kunnen dus niet in rekening gebracht worden bij het opstellen van modellen of voorspellingen, alhoewel het optreden ervan wél een rol speelt. Er blijft dus een grote mate van onberekenbaarheid.
- Het minst gekend is evenwel hoe de complexe atmosferische parameters op mekaar inwerken, in welke mate de wijziging van één enkele parameter invloed heeft op de andere en op welke andere.
Enkele meest in het oog springende onzekerheden:- Het is nog steeds niet duidelijk wat oorzaak en gevolg is in de relatie CO2 - temperatuur. Indien toenemende CO2 concentratie de oorzaak is, dan weten we waarom de Aarde opwarmt en hoe we de snelheid van de evolutie (misschien) kunnen afremmen. Indien de toename van de temperatuur de oorzaak is, dan is er voorlopig geen verklaring voor een dergelijke plotse temperatuursverhoging, onafgezien van de huidige stijging en de oorzaken ervan.
- De onderzoekers stellen modellen op en doen op basis daarvan voorspellingen. Vraag is evenwel of modellen zin hebben vermits de wijziging van één enkele parameter de wijziging van één óf meerdere of álle andere parameters tot gevolg heeft en men niet (exact) kan inschatten hoe de parameters op mekaar inwerken. Typerend ervoor is dat de onderzoekers hopeloos achter de evolutie aanhollen: bijna dagelijks zien ze dat hun cijfers en voorspellingen, zelfs nog vóór ze gepubliceerd worden, achterhaald zijn door onverwachte ontwikkelingen. Voorbeeld: het ijsvrij worden van de Noorpoolzee: nog maar korte tijd geleden voorspelde men dat dit rond 2100 zou zijn, ietsje later: 2050, nog wat later: 2030, nu: waarschijnlijk binnen enkele jaren. Dit betekent niet dat de onderzoekers incompetent zouden zijn, het betekent wél dat de snelheid van de evolutie niet meer te volgen is (exponentiële toename van de snelheid!).
Het is wel opmerkelijk dat in practisch alle modellen de parallele evolutie van CO2 en temperatuur aantoonbaar is. - Het is onmogelijk te voorspellen of de methaantijdbom zal ontploffen, zo ja wanneer en met welke gevolgen. Recente berekeningen van vrijkomend methaan uit de permafrost overtreffen in sterke mate de vroegere berekeningen. Duidelijk gezegd: er komt steeds meer methaan vrij.
- Recent onderzoek toont aan dat de ijskap van Groenland in steeds sneller tempo smelt. Vraag is niet alleen het effect op het zeeniveau, maar vooral het effect op de Golfstroom. Deze wordt onderhouden door het zoutgehalte. Door het smelten van het Groenlands landijs komt er een massa zoet water in het gebied van de Golfstroom zodat het gevaar bestaat dat deze stroom vertraagt, eventueel volledig stilvalt. Dit heeft dan een ogenblikkelijke en sterke daling van de gemiddelde temperatuur als gevolg. Het uitvallen van de Golfstroom kan een van de eerste aanwijzingen zijn dat er een nieuw glaciaal op komst is.
- Gletsjers, overal ter wereld, smelten letterlijk als sneeuw voor de zon. Gletsjers zijn niet onderhevig aan korte tijdelijke klimaatveranderingen. Het feit dat gletsjers niet lokaal maar tegelijkertijd wereldwijd in steeds sneller tempo afsmelten is een duidelijk teken dat de aardatmosfeer globaal opwarmt. Het is evenwel niet zeker of het een tijdelijk of irreversibel fenomeen is, gezien het smeltproces vrij recent is begonnen.
Gezien de complexiteit van de factoren die het klimaat bepalen, en gezien het feit dat er veel onbekenden zijn in de samenhang, kan er onmogelijk met absolute zekerheid gezegd in welke richting het klimaat zal evolueren.
Echter, door extrapolatie van de gegevens uit het verleden, gekoppeld aan het onmiskenbaar feit dat de concentratie van broeikasgassen ongewoon snel stijgt, dat de atmosfeer ongewoon snel opwarmt met alle gevolgen op ijskappen en gletsjers, dat er een ongewoon snelle evolutie optreedt in de klassieke weerspatronen (slinger!) moeten we wel aannemen dat dit proces geen toevallig gebeuren is, maar wel degelijk een deel van de natuurlijke cyclus van glaciaal en interglaciaal, met die bedenking dat het proces met een redelijke graad van zekerheid door de menselijke activiteit is versneld (relatie CO2-temperatuur!).
Omwille van de publieke belangstelling en de politico-economisch-maatschappelijke implicaties zijn de onderzoekers terechtgekomen in een polarisatiespiraal die ze dwingt hun interpretaties van de gegevens te verdedigen in "welles-nietes-verklaringen".
Omwille van de vele onduidelijkheden bij het inschatten van de parameters kunnen onderzoekers, voor- én tegenstanders, slechts stellen dat ze "geloven dat ...", dus dat ze het niet met zekerheid weten.
V. Te overwegen.
- 'Vermindering van uitstoot' broeikasgassen betekent: verdere toename, doch slechts in mindere mate: de versnelling van het proces kan (misschien) afgeremd worden.
- 'Ontbossing neemt af' betekent: ontbossing gaat verder, doch slechts in mindere mate: opnamecapaciteit door bossen blijft afnemen, waardoor het voordeel van de afname van uitstoot teniet wordt gedaan. Dit is dus een nul-operatie zonder enig effect.
- Oplossingen door ingrijpen in de natuur (kunstmatig opdrijven van algengroei, inbrengen in de atmosfeer van reflecterende deeltjes, ...) zijn voorstellen van puur commerciële aard. Het brengt zeker geld in de lade, maar men weet absoluut niet wat de (schadelijke) effecten zijn op lange termijn. Er zijn al voldoende voorbeelden van chaos die de mens aanricht door zijn "ingrijpen" in de natuur!
- De politieke tegenstand tegen drastische maatregelen omdat deze schadelijk zijn voor de economie. Niet alleen banken en kredietinstellingen maar alle bedrijven worden geleid door 'topmanagers' die maar één doel voor ogen hebben: winst = geld = bonus. Het'einde van de (financiële) crisis is niet het einde van de 'graaieconomie' maar het heropstarten ervan: er is helemaal niets veranderd. Groene economie is voor graaiers goed op voorwaarde dat het (geld) opbrengt.
Bla-bla-bla conferenties (Kyoto, Bali) hebben tot nu toe niets opgebracht, men hoeft geen kristallen bol om te het resultaat van Kopenhagen te voorspellen. - De emissie-koehandel is daar een mooi voorbeeld van. Deze emissierechten worden verhandeld zoals elk ander product: het heeft zijn prijs en er is winst mee gemoeid. Het laat de grote vervuilers toe om ongestoord verder te doen, en de kleine vervuilers om winst te maken. Deze koehandel heeft niets te maken met milieu- of klimaatbewustzijn.
- energieverbruik beperken tot wat strikt noodzakelijk is,
- aankoop van gebruiks- en luxegoederen te beperken tot wat men écht nodig heeft (vooral dit laatste zal de graaiers tot nadenken stemmen).
Marc De Maesschalck