dinsdag 24 november 2009

zin en onzin in verband met klimaat

Naar aanleiding van het debat "Kopenhagen, wat staat op het spel?" (georganiseerd door Groen!Leuven, woensdag 2 december), wens ik via dit blog een bijdrage te leveren met een inventaris van hetgeen men precies weet en wat men niet of slechts ten dele weet over klimaat en klimaatverandering.
Het is wél zinnig te debateren over dingen die men weet, dus debateren over de interpretatie van het gekende om te komen tot wetenschappelijk onderbouwde conclusies.
Het heeft echter géén zin te debateren over dingen die men niet of slechts ten dele weet: dit is onwetenschappelijk koffiedik kijken met als enig resultaat een "welles-nietes-twistgesprek".
Het doel van deze blog is niet een wetenschappelijke verhandeling te schrijven, maar de lezer voldoende informatie te verschaffen om zich een mening te vormen op basis van feitenmateriaal.

I.Wat is klimaat?
Klimaat is het geheel van atmosferische omstandigheden, bepaald door de temperatuur van de atmosfeer, en een continu streven naar evenwicht tussen de elementen die door de temperatuur worden beinvloed.
Elke verandering in temperatuur, hoe miniem ook, brengt een evenwichtsreactie teweeg bij alle elementen (luchtvochtigheid, wind, regen,...).
Men kan dit vergelijken met een slinger. Geven we de slinger een kleine uitwijking dan zal deze vlug, met weinig energie (kracht), tot rust komen: het evenwicht is hersteld. Hoe groter de uitwijking wordt, des te groter wordt de energie (kracht) waarmee de slinger naar het evenwicht streeft, des te langer ook duurt het om dat evenwicht te bereiken. Dit betekent dat de evenwichtsreacties van de elementen in hevigheid toenemen naarmate de temperatuursverandering groter wordt.
De énige warmtebron die onze planeet Aarde ter beschikking staat is de ster die we Zon noemen.
Elke fluctuatie in de temperatuur van de atmosfeer is te wijten aan:
- wijzigingen in de zonneactiviteit,
- plaats van de aarde ten overstaan van de zon,
- stand van de as van de aarde ten overstaan van de zon
- stand van de as van de aarde ten opzichte van zijn baan,
- geografische/geologische veranderingen (gevolgen op zeer lange termijn).

[Er is een immens verschil in het begrip tijd tussen enerzijds tijd zoals de mens die ervaart en tijd in geologische termen. Het geologisch "snel" betekent in mensentaal duizenden jaren.]


II.Wat weet men?
In grote lijnen kunnen we stellen dat het onderzoek naar de geschiedenis van het klimaat en de veranderingen ervan in het verleden ons met een hoge graad van zekerheid een exact en gedetailleerd beeld oplevert.

  1. In de geschiedenis van de Aarde kan men met zekerheid aantonen dat er sedert ca. 2,5 miljard jaar geleden tot heden minstens 5 ijstijden zijn geweest.
    Ijstijden duren miljoenen jaren en worden gekenmerkt door de aanwezigheid van landijskappen. De huidige aanwezigheid van ijskappen (Antarctis, Groenland) betekent dus dat we nog steeds in een ijstijd leven! Binnen een ijstijd is er afwisseling van langdurende glacialen (kouder met uitbreiding van de ijskappen en gletsjers) en kortdurende interglacialen (warmere perioden gevolgd door partiële afsmelting van de ijskappen en gletsjers). De overgang van interglaciaal naar glaciaal wordt steeds voorafgegaan door een opwarming. Binnen een glaciaal kunnen er korte warmere periodes optreden, omgekeerd kunnen er binnen een interglaciaal ook korte koudere periodes optreden. Sedert ca. 2 miljoen jaar geleden zijn er minstens 15 cycli geweest van 100.000 jaar met 80.000 jaar glaciaal en 20.000 jaar interglaciaal. Het laatste interglaciaal, waarin wij nog steeds leven, is ca. 12.000 jaar geleden begonnen.
  2. Onderzoek van de evolutie van de glacialen over laatste 400.000 jaar toont aan dat een glaciaal begint wanneer het CO2 gehalte in de atmosfeer 280 ppmv (= delen per miljoen) bedraagt. Gedurende het glaciaal (duur ca. 80.000 jaar) neemt het CO2 gehalte geleidelijk af tot 180 ppmv. Tijdens deze afname komen er talrijke periodes voor dat het CO2 gehalte tijdelijk en voor een korte periode iets toeneemt. Op het einde van het glaciaal is het CO2 gehalte gedaald tot 180 ppmv en neemt dan plotseling weer zéér snel en zéér sterk toe tot 280 ppmv (opwarming vóór het begin van een nieuw glaciaal). Deze plotse ommekeer is het begin van de overgang naar een interglaciaal (duur ca. 20.000 jaar). Volgens de grafiek staan wij nu aan het begin van de overgang naar een nieuw glaciaal dat zich binnen ca. 5.000 jaar zal aandienen.
  3. Ongeacht wat oorzaak of gevolg is: er is een ontegensprekelijk verband tussen CO2 concentratie en temperatuur. Onderzoek heeft aangetoond dat de CO2 concentratie kan stijgen ten gevolge van temperatuursstijging wat op zijn beurt resulteert in een omgekeerd effect: stijging van de temperatuur ten gevolge van de toegenomen CO2 concentratie. Externe invloeden zoals verandering in zonneactiviteit, menselijke activiteit, geografische/geologische veranderingen tonen een onmiskenbare parallelle verandering van CO2 en temperatuur.
  4. Het klimaatveranderingsproces is door terugkoppeling zichzelf onderhoudend en versterkend, en omwille daarvan exponentiëel versnellend: de opwarming die parallel toeneemt met de CO2 concentratie verhoogt de vochtigheidsgraad van de atmosfeer (waterdamp is een van de sterkste broeikasgassen!), verkleint de witte ijsoppervlakte waardoor minder zonnestraling (=warmte) wordt teruggekaatst en meer warmte wordt opgenomen in de toegenomen donkere oppervlakten, massaal vrijkomen van NH4 (methaan, 20 keer sterker broeikasgas dan CO2) uit de smeltende permafrost, om maar enkele zekere terugkoppelingen te noemen. Het is door dit mechanisme van terugkoppeling en de daaruit volgende exponentiële versnelling dat we slechts sedert de laatste decennia de gevolgen zien van een proces (explosieve toename CO2 gehalte, onmiskenbaar toe te schrijven aan menselijke activiteit) dat bijna twee eeuwen geleden is ingezet.
  5. De stand van de aardas ten opzichte van de baan rond de zon heeft rechtstreeks invloed op het klimaat. Door gravitatiekrachten (zon, maan, andere planeten) beschrijft de as van de Aarde een tolbeweging waardoor deze schommelt tussen 21,5 en 24,5 graden ten opzichte van de baan. De periode van één tolbeweging is 26.000 jaar. Door deze tolbeweging verandert de invalshoek van de zonnestralen wat afwisselend verwarming/afkoeling tot gevolg heeft
III. Wat men niet of slechts ten dele weet.
De factoren of parameters die het klimaat bepalen zijn uitermate talrijk en immens complex:
- externe parameters: waaronder vooral zonneactiviteit,
- geografische/geologische parameters,
- atmosferische parameters.
Wijziging in één ervan heeft een invloed op quasi alle atmosferische parameters. Veel van deze parameters zijn wel gekend maar de onderlinge samenhang ervan is in veel gevallen nog steeds niet duidelijk. Een van de redenen hiervoor is dat precieze waarnemingen en gegevens nog maar recent mogelijk geworden zijn (door perfectionering van de technische middelen en de spreiding over het hele wereldoppervlak) zodat er nog geen langetermijnsinzicht is in oorzaken en gevolgen.

  1. Externe parameters zijn deze die te maken hebben met de zonneactiviteit. De activiteit varieert volgens een cyclus van gemiddeld 11 jaar. Binnen deze cyclus is er een periode van minimale activiteit zonder zichtbare zonnevlekken, en een van maximale activiteit met optreden van zonnevlekken. De magnetische polen van de zon wisselen van plaats op het ogenblik dat de meeste zonnevlekken te zien zijn (volgende wisseling moet plaatsvinden in 2012). Alhoewel de intensiteit van de zonnestraling parallel verloopt met de 11-jarige cyclus is er geen aanwijsbare invloed op de temperatuur van de atmosfeer. Er blijft dus een grote mate van onzekerheid.
  2. Geografische parameters hebben voornamelijk te maken met de spreiding van de continenten en de verdeling van de oceanen. Het spreekt vanzelf dat de invloed hiervan slechts op zéér lange termijn voelbaar is en van geen enkel belang op klimaatverandering op korte termijn. Geologische parameters (vb. vulkaanuitbarsting) hebben wel onmiddellijke, meestal kortstondige invloed op het klimaat, maar zijn onvoorspelbaar en kunnen dus niet in rekening gebracht worden bij het opstellen van modellen of voorspellingen, alhoewel het optreden ervan wél een rol speelt. Er blijft dus een grote mate van onberekenbaarheid.
  3. Het minst gekend is evenwel hoe de complexe atmosferische parameters op mekaar inwerken, in welke mate de wijziging van één enkele parameter invloed heeft op de andere en op welke andere.
    Enkele meest in het oog springende onzekerheden:
    • Het is nog steeds niet duidelijk wat oorzaak en gevolg is in de relatie CO2 - temperatuur. Indien toenemende CO2 concentratie de oorzaak is, dan weten we waarom de Aarde opwarmt en hoe we de snelheid van de evolutie (misschien) kunnen afremmen. Indien de toename van de temperatuur de oorzaak is, dan is er voorlopig geen verklaring voor een dergelijke plotse temperatuursverhoging, onafgezien van de huidige stijging en de oorzaken ervan.
    • De onderzoekers stellen modellen op en doen op basis daarvan voorspellingen. Vraag is evenwel of modellen zin hebben vermits de wijziging van één enkele parameter de wijziging van één óf meerdere of álle andere parameters tot gevolg heeft en men niet (exact) kan inschatten hoe de parameters op mekaar inwerken. Typerend ervoor is dat de onderzoekers hopeloos achter de evolutie aanhollen: bijna dagelijks zien ze dat hun cijfers en voorspellingen, zelfs nog vóór ze gepubliceerd worden, achterhaald zijn door onverwachte ontwikkelingen. Voorbeeld: het ijsvrij worden van de Noorpoolzee: nog maar korte tijd geleden voorspelde men dat dit rond 2100 zou zijn, ietsje later: 2050, nog wat later: 2030, nu: waarschijnlijk binnen enkele jaren. Dit betekent niet dat de onderzoekers incompetent zouden zijn, het betekent wél dat de snelheid van de evolutie niet meer te volgen is (exponentiële toename van de snelheid!).
      Het is wel opmerkelijk dat in practisch alle modellen de parallele evolutie van CO2 en temperatuur aantoonbaar is.
    • Het is onmogelijk te voorspellen of de methaantijdbom zal ontploffen, zo ja wanneer en met welke gevolgen. Recente berekeningen van vrijkomend methaan uit de permafrost overtreffen in sterke mate de vroegere berekeningen. Duidelijk gezegd: er komt steeds meer methaan vrij.
    • Recent onderzoek toont aan dat de ijskap van Groenland in steeds sneller tempo smelt. Vraag is niet alleen het effect op het zeeniveau, maar vooral het effect op de Golfstroom. Deze wordt onderhouden door het zoutgehalte. Door het smelten van het Groenlands landijs komt er een massa zoet water in het gebied van de Golfstroom zodat het gevaar bestaat dat deze stroom vertraagt, eventueel volledig stilvalt. Dit heeft dan een ogenblikkelijke en sterke daling van de gemiddelde temperatuur als gevolg. Het uitvallen van de Golfstroom kan een van de eerste aanwijzingen zijn dat er een nieuw glaciaal op komst is.
    • Gletsjers, overal ter wereld, smelten letterlijk als sneeuw voor de zon. Gletsjers zijn niet onderhevig aan korte tijdelijke klimaatveranderingen. Het feit dat gletsjers niet lokaal maar tegelijkertijd wereldwijd in steeds sneller tempo afsmelten is een duidelijk teken dat de aardatmosfeer globaal opwarmt. Het is evenwel niet zeker of het een tijdelijk of irreversibel fenomeen is, gezien het smeltproces vrij recent is begonnen.
IV. Kort samengevat.

Gezien de complexiteit van de factoren die het klimaat bepalen, en gezien het feit dat er veel onbekenden zijn in de samenhang, kan er onmogelijk met absolute zekerheid gezegd in welke richting het klimaat zal evolueren.
Echter, door extrapolatie van de gegevens uit het verleden, gekoppeld aan het onmiskenbaar feit dat de concentratie van broeikasgassen ongewoon snel stijgt, dat de atmosfeer ongewoon snel opwarmt met alle gevolgen op ijskappen en gletsjers, dat er een ongewoon snelle evolutie optreedt in de klassieke weerspatronen (slinger!) moeten we wel aannemen dat dit proces geen toevallig gebeuren is, maar wel degelijk een deel van de natuurlijke cyclus van glaciaal en interglaciaal, met die bedenking dat het proces met een redelijke graad van zekerheid door de menselijke activiteit is versneld (relatie CO2-temperatuur!).
Omwille van de publieke belangstelling en de politico-economisch-maatschappelijke implicaties zijn de onderzoekers terechtgekomen in een polarisatiespiraal die ze dwingt hun interpretaties van de gegevens te verdedigen in "welles-nietes-verklaringen".
Omwille van de vele onduidelijkheden bij het inschatten van de parameters kunnen onderzoekers, voor- én tegenstanders, slechts stellen dat ze "geloven dat ...", dus dat ze het niet met zekerheid weten.

V. Te overwegen.

  • 'Vermindering van uitstoot' broeikasgassen betekent: verdere toename, doch slechts in mindere mate: de versnelling van het proces kan (misschien) afgeremd worden.
  • 'Ontbossing neemt af' betekent: ontbossing gaat verder, doch slechts in mindere mate: opnamecapaciteit door bossen blijft afnemen, waardoor het voordeel van de afname van uitstoot teniet wordt gedaan. Dit is dus een nul-operatie zonder enig effect.
  • Oplossingen door ingrijpen in de natuur (kunstmatig opdrijven van algengroei, inbrengen in de atmosfeer van reflecterende deeltjes, ...) zijn voorstellen van puur commerciële aard. Het brengt zeker geld in de lade, maar men weet absoluut niet wat de (schadelijke) effecten zijn op lange termijn. Er zijn al voldoende voorbeelden van chaos die de mens aanricht door zijn "ingrijpen" in de natuur!
  • De politieke tegenstand tegen drastische maatregelen omdat deze schadelijk zijn voor de economie. Niet alleen banken en kredietinstellingen maar alle bedrijven worden geleid door 'topmanagers' die maar één doel voor ogen hebben: winst = geld = bonus. Het'einde van de (financiële) crisis is niet het einde van de 'graaieconomie' maar het heropstarten ervan: er is helemaal niets veranderd. Groene economie is voor graaiers goed op voorwaarde dat het (geld) opbrengt.
    Bla-bla-bla conferenties (Kyoto, Bali) hebben tot nu toe niets opgebracht, men hoeft geen kristallen bol om te het resultaat van Kopenhagen te voorspellen.
  • De emissie-koehandel is daar een mooi voorbeeld van. Deze emissierechten worden verhandeld zoals elk ander product: het heeft zijn prijs en er is winst mee gemoeid. Het laat de grote vervuilers toe om ongestoord verder te doen, en de kleine vervuilers om winst te maken. Deze koehandel heeft niets te maken met milieu- of klimaatbewustzijn.
Wil dit dan zeggen dat wij, gewone mensjes, het maar moeten nemen zoals het ons wordt opgedrongen? Neen! Het énige middel dat wij ter beschikking hebben is ons eigen consumptiegedrag aan te passen volgens ecologische en klimatologische normen:
  • energieverbruik beperken tot wat strikt noodzakelijk is,
  • aankoop van gebruiks- en luxegoederen te beperken tot wat men écht nodig heeft (vooral dit laatste zal de graaiers tot nadenken stemmen).

Marc De Maesschalck

zaterdag 29 augustus 2009

Hutsepot: ondoorzichtig gerecht

Hutsepot, een eeuwenoud boerengerecht, is een allegaartje van groenten, vooral wintergroenten, met daarbij nog gerookte worst en poten, oren en staart van het varken. Hoe meer ingrediënten en hoe langer het suddert, des te sterker reuk en de smaak. Daardoor is dit gerecht totaal ondoorzichtig in tegenstelling tot een consommé die helder is en delicaat van geur en smaak.

De belgische variant van het gerecht is een samenraapsel van volgende ingrediënten:

- topmagistraten
- gerechtelijke experten
- stafhouders
- topadvocaten
- lopende zaken
- partijpolitieke benoemingen
- snuifje vastklamperij aan postje (opgelet: integriteit zou de smaak kunnen bederven)

Alle gekheid op een stokje. Het belgisch gerecht, én daarmee de rechtszekerheid van de burger, is zwaar in opspraak gekomen.

Het is evident dat men niets of niemand kan beschuldigen, laat staan veroordelen, zonder sluitende bewijzen. Voorlopig zijn die er niet, dus ...
Het stadium voorafgaand aan beschuldiging en/of veroordeling is verdenking, en die is meer dan gegrond, getuige de uitzonderlijke tussenkomst van de minister van justitie en het gespartel van de magistratuur.

Laten we alles eens op een rijtje zetten.


Dubieuze benoeming van een topmagistraat.
  1. Er was slechts één kandidaat. Het is wel héél uitzonderlijk dat er niet meer kandidaten waren voor dergelijke topfunctie.
  2. Tegen deze kandidaat liep een tuchtonderzoek. Waarom is dit niet in rekening gebracht? Waarom is dit in een vergeetschuif terecht gekomen? Hoe kan het dat de integriteit van een kandidaat in twijfel wordt getrokken, hetgeen het éérste criterium zou moeten zijn bij de beoordeling van een kandidatuur, en dit toch geen beletsel was voor de benoeming?
  3. Waarom werd deze benoeming door de betrokken minister bekrachtigd als een afhandeling van "lopende zaken"?
Dubieus "goudmijn" verhaaltje
  1. Zou er in heel België één mens te vinden zijn die kan geloven dat een topmagistraat van de handelsrechtbank en een daaraan verbonden gerechtelijk expert zich door een nigeriaanse oplichter in de doeken laten doen, terwijl het kleinste kind reeds lang weet had van deze oplichterspraktijken?
  2. Waarom stelt een topmagistraat zich borg voor een geldlening (540.000 Euro), terwijl hij weet dat hij zich daarmee verantwoordelijk stelt voor alle gevolgen die zijn integriteit in het gedrang kunnen brengen?
  3. Is het aan te nemen dat de broer van de magistraat zo maar handje-contantje een dergelijke som weggeeft zonder harde en officiële bewijsstukken, zonder officiële stukken die het bestaan van dergelijk project bevestigen?
  4. Waarom eist de expert en schuldeiser geen uitvoering van het beslag? Om "humanitaire" redenen? Over deze humaniteit zijn er in de pers andere verhalen verschenen van gedupeerden.
Nog meer rook (waar vuur is)
  1. Waarom heeft de betrokken magistraat de expert, aan de deur gezet door vorige magistraat, opnieuw aangeworven ná het goudmijnavontuur?
  2. Waarom heeft Delvoie een ongunstig rapport over de kandidaat in de vergeetschuif weggemoffeld? Waarom heeft hij niet onmiddellijk gereageerd bij het uitbreken van het (eventuele) schandaal?
  3. Waarom heeft de betrokken magistraat zich vastgeklampt aan zijn functie? Van een integer magistraat mag men bij dergelijke verdenking verwachten dat hij zich tijdelijk terugtrekt tot het bewijs van integriteit is geleverd. Wie zonder fout is hoeft immers niets te vrezen.
  4. Waarom wordt het onderzoek niet buiten Brussel gevoerd? Kan men verwachten dat de objectiviteit ervan gegarandeerd is terwijl men nog niets weet over eventuele betrokkenheid van anderen uit deze omgeving?
  5. Wat is/was de rol van sommige in opspraak geraakte advocaten?
  6. Waarom moet de stafhouder van de Brusselse balie zo te keer gaan tegen de media? Moet hij niet de eerste zijn om het recht op informatie van de burger te verdedigen? Alleen al zijn uitlatingen tegen de pers doen vermoeden dat er nog meer informatie is die beter niet uitlekt!
Zoveel onbeantwoorde vragen is van het goede te veel.
Het wijst op het objectief bestaan van een etterbuil die men met alle middelen uit de openbaarheid tracht te houden.

Wat met zekerheid kan gezegd worden
  1. Scheiding van de machten is het fundament van de democratie.
  2. Dit veronderstelt een totale onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en absolute integriteit van de magistraten.
  3. Van zodra de benoemingen van de magistratuur beinvloed worden door partijpolitiek (partijpolitieke benoemingen) komt er een einde aan de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, wordt het fundament van de democratie onderuit gehaald, en is er geen enkele garantie meer voor de integriteit van de magistraten.
Partijpolitiek = partijdictatuur.
Het spel van de politieke benoemingen is de grondoorzaak van deze crisis in het rechtsbestel. Dit zet de deur open voor allerlei manipulaties en gesjoemel achter de schermen en ontneemt aan de burger elke rechtszekerheid. Deze etterbuil is nu eindelijk opengebroken.
Mag elke burger de mensen van de pers verzoeken om dit gezwel in onze democratie er verder met het scherpste mes uit te snijden en zich niet te laten intimideren door om het even welke stafhouder!.

Marc A.P.M.De Maesschalck

vrijdag 24 juli 2009

welzijn versus welvaart

Ik ben geen expert in economie, veeleer een totaal on-deskundige!
Dat kan evenwel geen beletsel zijn om toch over economie te schrijven. Het is veeleer een voordeel: het biedt me de mogelijkheid om zonder vooroordelen en technische beslommeringen het menselijk aspect van economie te benaderen.
Opdat er geen verkeerde conclusies zouden getrokken worden uit wat volgt wens ik op voorhand te specifiëren dat ik noch kapitalist, noch communist ben (om de twee polen te noemen) maar wél een solidarist (heeft niets te maken met Verdinaso maar met solidariteit met álle mensen).

Definities van welvaart en welzijn.

Welvaart: is de mate waarin de mens kan voorzien in zijn materiële wensen om steeds comfortabeler te leven.
Welzijn: is de mate waarin de mens in zijn materiële en geestelijke behoeften voorzien is om waardig te leven.

De woorden in schuine letters duiden onmiddellijk op de essentiële verschillen tussen welvaart en welzijn: kan - is, wensen - behoeften, comfortabel - waardig.
Het is het verschil tussen individueel en collectief, tussen wens en behoefte, tussen ongeremde jacht op steeds meer en wat voldoende is voor een waardig leven.
Welvaart is per definitie individueel en egocentrisch gericht: alle wensen kunnen nooit volledig vervuld worden zodat er steeds een gevoel blijft van gebrek en van afgunst (omdat een ander meer bezit). Dit leidt tot onverzadigbare hebzucht en 'concurrentie met de andere' waarbij volledige bevrediging onbereikbaar wordt.
Welzijn daarentegen is collectief en sociaal gericht: wanneer mensen voldoende hebben om waardig te leven is er ook niet de drang naar nog meer, vermits waardigheid insluit dat men aanvaardt dat anderen óók even-waardig kunnen leven.

Wat heeft dit nu met economie te maken? Antwoord: alles!
Om de simpele reden dat in de samenleving van de mensen, óók van hen die niets hebben, economie allesoverheersend is.

Bij primitieve stammen was/is economie een welzijnseconomie: elk lid werkt voor de hele dorpsgemeenschap, kinderen worden door de dorpsgemeenschap opgevoed, ouderen worden tot hun dood verzorgd. Alhoewel dergelijke gemeenschap niet beschikt over moderne verworvenheden is het gericht op het collectief gebruik van de beschikbare middelen voor het welzijn van élk lid. 'Economische' relaties met andere dorpen bestond/bestaat uit ruilhandel (= materiële, reële objecten).

Toen de dorpen uit hun isolement werden gehaald en door overheersende machten werden samengebracht in grote entiteiten (staten) verdween geleidelijk het reëel ruilobject en werd vervangen door een virtueel ruilmiddel: geld. Daarmee werd tegelijk welzijn vervangen door welvaart.
Het reëel ruilobject is iets wat men niet kan beleggen, waarmee men niet kan speculeren. Met geld kan dat wel. Met de uitvinding van het geld werd een machtsmiddel gecreëerd waarmee welvaart mogelijk werd, en niet alleen 'algemene' welvaart maar óók het middel om voor zichzelf de meeste welvaart toe te eigenen.

Sedert de industriële revolutie wordt de moderne mens met de regelmaat van een klok de slogan 'economische groei' rond de oren gekletst.
Economische groei is alleen maar mogelijk door toename van consumptie.
Het is evident dat wanneer er minder gekocht wordt er ook minder moet geproduceerd worden. Dat is dan economische krimp. Wil men groei dan moet er meer geconsumeerd worden Ergo: mensen moeten meer kopen. Hierbij wordt handig ingespeeld op het feit dat de welvaartsmens steeds meer wenst, vooral meer dan zijn gebuur en als het even kan evenveel als de superrijken (cfr. succes van soap operas,bv. Dallas). De twee middelen daartoe: reclame en leningen/kredieten.
Reclame, hoe stom meestal ook, is er op gericht de welvaartsmens te laten zien wat hij niet heeft, wat hij zou kunnen hebben, en hoe hij het kan bereiken (lening/krediet). Daarop is de hele economische groei gebaseerd. Wanneer de groei stagneert betekent dat niet dat de consument eindelijk tevreden is met wat hij heeft maar wel dat de limiet van zijn krediet-draagvermogen bereikt is. Dan rest er niets anders dan de klant toch te lokken met virtuele voordelen waarbij hij meer krediet opneemt dan hij kan dragen. Hierbij zijn industrie en krediet/leningverstrekkers (banken) twee handen op een buik.
De jacht op nog meer kredietnemers wordt dan verder aangewakkerd door 'premies voor de bereikte doelen' aan topmanagers die daarvoor alle grenzen van fatsoen overschrijden, en dit niet alleen omwille van hun amoreel hoge wedden en bonussen, maar ook en vooral omdat zij weten dat de klant vroeg of laat de sigaar is, omdat zij weten dat de meeste klanten voor een berg aflossingen staan die ze onmogelijk kunnen betalen.
Dan kan het ook niet anders dan dat het hele kaartenhuis plots in mekaar stort met een onrembaar sneeuwbaleffect:

* de eigen kredietinstelling komt eveneens in de problemen hetgeen een kettingreactie veroorzaakt in de hele wereld van kredietinstellingen en banken (zij zijn meestal financiëel aan mekaar gekoppeld);
* de doorsnee kredietnemer beschikt niet meer over de middelen om wat dan ook te kopen: afname van de consumptie;
* de industrie en de daaraan gekoppelde toeleveringsbedrijven zien hun bestellingen terugvallen en zijn verplicht hun productie te verminderen met massale ontslagen als gevolg;
* steeds meer bedrijven gaan failliet omdat óók zij werken met kredieten die ze niet meer kunnen afbetalen omwille van de daling van de omzet;
* gevolg: verdere stijging van de werkloosheid;
* werklozen kunnen hun leningen/kredieten niet meer betalen;
* kredietverleners komen nog meer in de penarie.

Daarmee is de vicieuze cirkel gesloten en komt er voor velen een einde aan hun welvaart.

Echter niet voor de graaiers en topmanagers! Alhoewel zij ook verliezen lijden hebben de meesten tijdens de gouden jaren van de 'economische groei' een dusdanig fortuin bij mekaar geschraapt dat ze tegen een stoot kunnen.
Niet zij vragen steun vanwege de staat (= belastingsgeld), maar wel de instellingen/bedrijven.
Ondertussen betalen ze met dat belastingsgeld wel hun eigen bonussen. Ondertussen verzetten ze zich wel tegen elke regulering, tegen elke controle op de besteding van het ontvangen belastingsgeld.
Onlangs meldden verschillende amerikaanse kredietinstellingen dat ze miljardenwinsten hebben geboekt en dat ze daarmee opnieuw bonussen kunnen uitbetalen: bonussen betaald door de belastingbetaler!

Samengevat: alle pogingen om de crisis te boven te komen zijn pogingen om de oude welvaartseconomie in zijn vroegere gedaante te herstellen.
Van welzijn en solidariteit met de minst bedeelden is helemaal geen sprake. Ondertussen zijn er wereldwijd al méér dan 1 miljard mensen die honger lijden, sterven er dagelijks méér dan 70.000 mensen (vooral kinderen) door honger, dorst en gebrek aan medische voorzieningen, zijn er miljoenen mensen op de vlucht uit ramp-en oorlogsgebieden.

Groene economie is een stap op de goede weg, maar is nog geen welzijnseconomie.

Welzijnseconomie is die economie die zowel de mens als zijn levensomgeving respecteert.

P.S. Er is één industrietak die blijkbaar niet heeft te lijden van de crisis: de wapenindustrie. Te oordelen naar de berichten over nieuwe wapens (oorlog met afstandsbediening) gaat het ze zéér goed! En dit alles óók met belastingsgeld. Wapenindustrie is Top Secret. Toch zou ik graag weten van legerleidingen en regeringen, die toch op de hoogte moeten zijn van bestellingen en leveringen, waar de enorme hoeveelheden wapens in handen van rebellen, drugsbenden, terroristen, enz., vandaan komen. Zijn zij de leveranciers om zo oorlogen, aanslagen, enz. gaande te houden en het inkomen van deze industrie te waarborgen?

Marc De Maesschalck

dinsdag 21 juli 2009

Iran: feiten en achtergronden.

Komkommertijd, vakantie.
Niets is efficiënter om gebeurtenissen volledig te wissen uit het mensengeheugen.
Nochthans, de verkiezingen in Iran en de demonstraties zijn pas een maand oud. Voordeel van dit 'geheugenverlies' is evenwel dat de gebeurtenissen minder emotioneel, meer rationeel worden geëvalueerd.
Laten we even de geschiedenis aan het woord!

De Iraanse Revolutie (1978-1979)

De groeiende weerstand tegen het dictatoriaal regime van de sjah resulteerde in een stille revolutie: in december 1978 koos de sjah het hazenpad en op 1 febr 1979 keerde Khomeini triomfantelijk terug uit ballingschap. Diezelfde dag werd de grondslag gelegd voor een onverbiddelijke machtsstrijd die tot op vandaag in volle hevigheid woedt.

In een mum van tijd installeerde Khomeini de absolute theocratische macht. Politieke tegenstanders en 'verdachten van het niet naleven van de wetten van de Islam' werden willekeurig met duizenden opgepakt en, na een schertsproces, in de gevangenis gegooid.
Om het groeiend ongenoegen de kop in te drukken vaardigde Khomeini in 1988 een arrest uit dat allen die zich tegen de Islam en Allah verzetten moeten uitgeroeid worden. Dit arrest leidde tot de bloedige massamoord van 1988, waarbij naar schattingen tussen 5.000 en 30.000 mensen op beestige wijze werden afgemaakt. De 'verdachten' moesten antwoorden op misleidende vragen die door de ondervragers steevast negatief werden beoordeeld waarna ze onmiddellijk werden afgevoerd naar de executieplaats en gewoon opgehangen, waarbij ze slechts langzaam stikten (naar getuigenissen die wisten te ontsnappen aan de slachtpartij).

Om dit arrest uit te voeren werd een commitee opgericht dat snel het 'Doodscommitee' werd genoemd.
De voornaamste rechtstreekse betrokkenen bij dit commitee en deze massamoord waren de volgenden:

* Khamenei: was president (nu Hoogste Leider) en de hoogst geplaatste uitvoerende macht. Hij stelde alle staatsmiddelen ter beschikking voor de uitvoering.
* Rafsanjani: was voorzitter van het parlement en stafchef van het leger. Hij was verantwoordelijk voor de opvolging van het arrest en het rapporteren aan Khomeini.
* Khatami: later president (nu aan de zijde van Moussavi) was een fervent verdediger van het arrest.
* Mortazavi: was goeverneur van de Evin gevangenis waar ontelbare executies werden uitgevoerd
(is nu Officier van Justitie in Teheran).
* Eshraghi: was lid van het 'Doodscommitee' (nu Officier van Justitie in Teheran).
* Nayyeri: was voorzitter van het 'Doodscommitee' (nu president van het Revolutionair Tribunaal in Teheran).
* Moussavi: was eerste minister en Officier van het Revolutionair Tribunaal.
* Pourmohammadi: was lid van het 'Doodscommitee' (nu minister van Binnenlandse Zaken).

Deze voornoemde personen waren allen volledig op de hoogte van deze slachting. Deze personen hebben nu nog steeds leidende posities in het Iran van vandaag!!! De enige die zich ertegen dierf te verzetten was de toenmalige presidentskandidaat Montazeri. Hij werd onmiddellijk veroordeeld tot levenslang huisarrest omwille van zijn 'verraad aan de Revolutie'
Tot op heden ontkent de regering (waarvan de belangrijkste leden moordenaars van toen) pertinent deze massamoorden.

Nadat de gevangenissen leeg waren en het ongenoegen onder de bevolking de kop was ingedrukt konden de hoofdrolspelers (Khamenei, Moussavi, Rafsanjani) rustig verder gaan met hun machtsstrijd.
Heel in het kort op een rijtje:

* Na zijn benoeming als president schafte Rafsanjani de functie van eerste minister af en breidde daarmee de macht van de president uit. Gedurende zijn presidentschap, en tot op heden, heeft hij een onmetelijk fortuin vergaard. Zijn opening naar het Westen was niets anders dan een middel om dit fortuin nog aan te dikken.
* Khamenei en Rafsanjani werkten eerst samen om de 'linkse' politiek van Moussavi (meer welvaart voor de bevolking) te breken. Hierbij was eens te meer de gewone man de klus wat opnieuw leidde tot rellen. Khamenei declareerde dat het moreel verval oorzaak was van het ongenoegen onder de bevolking en dwong de mensen met harde hand tot 'herbronning'. Dit viel evenwel niet in goede aarde bij de jongeren (3/4-e van de Iraanse bevolking !) die een revolutie naar Westerse normen voorstonden. Reactie was de verkiezing van Khatami, een hervormer, als president. Hervormingen zijn bedreigend voor machthebbers, gevolg nieuwe rellen, nieuwe repressie, nieuw ongenoegen wat dan weer resulteerde in de verkiezing van Ahmadinejad, beschermeling en marionnet van Khamenei, als president.
* Khameini, en Ahmadinejad als uitvoerder van zijn wil, vestigde daarmee zijn totalitaire macht, gesteund door de Revolutionaire Garde en de paramilitaire Baseej. Bijna alle ministers komen uit de rangen van de Revolutionaire Garde. De hele economie wordt gedomineerd door deze Garde die omzeggens alle winsten in eigen zak stoppen en daarbij het land leegzuigen.

De politieke gebeurtenissen van de laatste maanden wijzen op een machtsstrijd die nu zijn hoogtepunt nadert.

* Moussavi ziet nu de kans om zijn 'linkse' idee door te drukken en de macht te grijpen waarbij hij (zie zijn verleden - massamoord 1988) niet aarzelt de mensen, en vooral de jongeren, te misleiden met de slogan: 'democratie'.
* Rafsanjani (idem zijn verleden) steunt Moussavi, gebruikt hem een tijdje als schild, en nu hij ziet dat de macht van Khamenei taant, neemt hij het roer over en zet Moussavi in een hoek. Indien hij de macht kan veroveren zal er weer een opening komen naar het Westen, zodat hij zijn fortuin verder kan aandikken.
* Beiden gebruiken de jonge demonstranten, die het inderdaad kotsbeu zijn, als menselijk schild in hun streven naar de macht.

Er zijn niet-bewezen vermoedens en aanduidingen dat er wellicht buitenlandse inmenging is in deze machtsstrijd.

- Waarom kraaide Moussavi al victorie onmiddellijk na de sluiting van de stemlokalen?
- Hoe is te verklaren dat de demonstraties onmiddellijk en massaal op gang kwamen?
- Opvallend is dat vanaf het begin van de demonstraties vooral engelstalige plakaten te zien waren.
- Waarom durven Moussavi en Rafsanjani uitgerekend hun nek uitsteken tegen de almachtige Khamenei?
- Waarom zijn de EU, USA, Rusland zo voorzichtig met hun uitspraken over de situatie in Iran?

Deze vermoedens houden geen ontkenning in van de pertinente vervalsing van de verkiezing!
Machiavelli is nog steeds springlevend!

Me baserend op deze feiten en achtergronden denk ik dat een nieuwe (en bloedige) revolutie bijna onafwendbaar is!

Marc De Maesschalck



vrijdag 17 juli 2009

Copernicus, Galilei, Newton, Einstein... Een rechtzetting.


Copernicus wordt beschouwd als grondlegger van de heliocentrische theorie, Newton als grondlegger van de klassieke mechanica, Einstein als grondlegger van de relativiteitstheorie.

Niets is minder waar!


De geschiedenis van de heliocentrische theorie

1. Plato (427-347 v. Chr.) maakte reeds melding van de cirkelbeweging van de planeten.
2. Heracleides Ponticos (385-315 v. Chr.) veronderstelde dat twee planeten, Venus en Mercurius, rond de zon draaien (heliocentrisch), terwijl de zon met zijn twee planeten planeten samen met de andere planeten rond de Aarde draaien (geocentrisch). Hij stelde tevens vast dat de Aarde in 24 uur rond zijn as draait.
3. Aristarchos (310-230 v. Chr.) was de eerste die stelde (hypothese) dat alle planeten rond de zon draaien (eerste heliocentrische theorie!).
4. Seleucos ( 190-? v. Chr.) bewees aan de hand van de getijden de heliocentrische theorie.
5. Claudius Ptolemaeus (87-150) verwierp de heliocentrische theorie omdat dit in tegenspraak was met de bijbel, en vooral in tegenspraak met de dogmatische leer van de Kerk. Het geocentrische model werd heringevoerd als het enige ware, evenwel zonder één enkel bewijs. Omwille van de macht van de Kerk in zowel maatschappelijke als wetenschappelijke zaken bleef de geocentrische theorie gedurende meer dan 14 eeuwen overeind.
6. Copernicus (1473-1543) opperde heel voorzichtig, als wiskundig model en niet als theorie (hij was een geestelijke), dat de planeten rond de zon draaien. Mede door het prot
est van de Reformanten (niet conform de bijbel) werd dit wiskundig model dan ook door de Kerk verboden.
7. Galilei (1564-1642) die wel de heliocentrische theorie voorstond werd door de inquisitie verplicht zijn uitspraak te herroepen. Hij werd daarbij veroordeeld tot levenslang huisarrest.

Copernicus wordt nog steeds ten onrechte beschouwd als grondlegger van de heliocentrische theorie!
Als geestelijke wist hij zeker dat deze theorie door de Kerk was verboden. Daarom dierf hij dit, en slechts juist vóór zijn dood, voor te stellen als slechts een wiskundig model dat niet de realiteit reflecteert. Hij moet ook geweten hebben waarom de Kerk deze theorie verbood, dus moet hij geweten hebben dat Ptolemaeus de heliocentrische theorie van Seleucos verwierp, dus moet hij kennis hebben gehad van deze theorie.
De enige verdienste van Copernicus is dat hij de heliocentrische theorie nieuw leven heeft ingeblazen!
De grondleggers van de theorie zijn niemand minder dan Seleucos en zijn voorgangers.


Het is niet ongebruikelijk dat wetenschappers pluimen op hun hoed steken door "
gebruik te maken" van het werk van voorgangers/medewetenschappers.
Enkele voorbeelden:

* Newton wordt beschouwd als grondlegger van de mechanica. Daarbij wordt vergeten dat
Galilei de bewegingswetten al had voorbereid met o.a. de wet der traagheid!
* Einstein wordt beschouwd als grondlegger van de relativiteitstheorie. Daarbij wordt vergeten dat
Galilei de grondslag heeft gelegd voor deze theorie!

De waarheid, ook in de wetenschap, moet zijn rechten hebben. Ere wie eer toekomt!

Ik wil daarbij de verdienste van 'grote' wetenschappers niet onderschatten. Wel moeten we er bewust van zijn dat wetenschappelijke resultaten slechts schakels zijn mede door het werk van voorgangers.

Marc De Maesschalck

woensdag 15 juli 2009

Wordt onze Aarde een tweede Venus?

Toekomst van de Planeet: klimaatverandering kan beschaving doen ineenstorten
http://www.commondreams.org/headline/2009/07/13-0


Wat sceptici ook mogen beweren
: klimaatverandering is een feit. Zelfs een blinde kan zien dat deze verandering zich in een versnellend tempo doorzet.
Internationaal streeft men naar een vermindering van de CO2 uitstoot met 80% tegen 2050. Hierbij spreekt men nooit over het feit dat vermindering nog steeds inhoudt dat de concentratie van CO2 in de atmosfeer blijft toenemen, zij het minder snel.

De geschiedenis van de ijstijden leert ons het volgende (*): ijstijden evolueren met cycli van iets minder dan 100.000 jaar. Elke cyclus valt samen met een hoge concentratie CO2 (+/- 270 ppmv). Deze concentratie neemt eerst geleidelijk af en stijgt later opnieuw tot een hoogtepunt waarmee een nieuwe cyclus begint. Binnen de cyclus is er een afwisseling van glacialen (koud) en interglacialen (warm). De overgang van interglaciaal naar glaciaal wordt veroorzaakt door een toename van de CO2 concentratie welke op zijn beurt een opwarming veroorzaakt. Op dit ogenblik bevindt de planeet aarde zich aan het begin van een nieuwe cyclus. Dit is dus een heel natuurlijk gebeuren, wat in het algemeen (naar menselijke maatstaven)
langzaam verloopt.

Sedert de industriële revolutie begin 1800 is de CO2 concentratie in een niet-natuurlijk tempo opgelopen tot +/- 375 ppmv. Een verdere toename, zelfs in 80% verminderde mate, zal deze concentratie absoluut zeker verder doen oplopen naar 400 ppmv of zelfs meer. We moeten er verder rekening mee houden dat CO2 minstens 5 jaar (misschien zelfs 200 jaar!) in de atmosfeer blijft.

Het verloop van de klimaatverandering is een zichzelf onderhoudend én zelfversterkend proces. Om maar enkele fazen in dit proces te noemen:
- opwarming betekent sterkere verdamping (oceanen bedekken 70% van de aardoppervlakte). Waterdamp op zich is geen broeikasgas, maar het houdt wel langdurig de warmte vast en zorgt daardoor voor een terugkoppelingsmechanisme;
- vrijkomen van CH4, methaan, uit de permafrost en zeesedimenten. Methaan heeft een 20 maal sterker broeikaseffect dan CO2 en blijft 10 - 12 jaar in de atmosfeer waarbij het langzaam wordt omgezet tot CO2. De huidige toename van de methaanconcentratie is 1,5%/jaar (CO2 toename 0,4%/jaar), toename die procentueel steeds verder stijgt door smelten van de permafrost. Het resultaat is niet alleen een terugkoppelingsmechanisme maar tevens een toename van de broeikasgassenconcentratie (toename ook veroorzaakt door verbranding van aardgas). Actuele onderzoeken over de hoeveelheid C (koolstof, gebonden aan methaan) opgeslagen in de permafrost tonen aan dat deze hoeveelheid meer dan het dubbele is van de hoeveelheid C in de atmosfeer;
- N2O, distikstofoxide dat vrijkomt bij verbranding van fossiele brandstoffen (verwarming, uitstoot gassen door autos), maakt slechts een gering deel uit van de broeikasgassen maar draagt toch voor 7% bij aan het opwarmingseffect omwille van zijn langdurig verblijf in de atmosfeer (150 jaar) en omdat het een 310 maal sterker effect heeft dan CO2

Het is duidelijk dat enerzijds klimaatverandering een natuurlijk verschijnsel is waarop de mens geen enkele invloed heeft, anderzijds dat de mens er wel in gelukt is om het natuurlijk proces in een dusdanige stroomversnelling te brengen die geen enkel ander vooruitzicht biedt dan een steeds sneller evoluerende catastrofe. Gezien de maatschappelijke en economische structuren en politieke onwil zal er gewoon geen tijd genoeg zijn om de snelheid van deze evolutie af te remmen en om aan een onmiddellijke catastrofe te ontkomen.

Hieraan wil ik ook het artikel uit de Volkskrant koppelen: Venus had waarschijnlijk oceanen en vulkanen
http://www.volkskrant.nl/wetenschap/article1258275.ece/Venus_had_waarschijnlijk_oceanen_en_vulkanen

Onderzoek van de basalt en granietformaties doet vermoeden dat op Venus eens oceanen en vulkanen waren zoals op onze huidige Aarde, wat wijst op een klimaat dat vermoedelijk geschikt was voor leven. Venus is nu een verschroeide planeet (méér dan 400 graden Celcius!) door de enorme CO2 concentratie in zijn atmosfeer. Men vermoedt dat deze hoge CO2 concentratie (en het desastreuze gevolg ervan) veroorzaakt zou kunnen zijn door een intense opwarming ...
Hier wil ik verwijzen naar mijn boek "Universum Aeternum Homo Aeternus", waarin ik het volgende stel: "Als de Golfstroom, waarvan nu al aanwijzingen zijn dat hij vertraagt, volkomen uitvalt zal de gemiddelde temperatuur in de noordelijke landen dalen met ongeveer 6 graden Celcius. In natuurlijk evoluerende omstandigheden is deze temperatuurdaling voldoende om een glaciaal te induceren. Vraag is evenwel of de gemiddelde temperatuur op dat ogenblik niet reeds zó hoog zal opgelopen zijn dat de afkoeling niet meer voldoende zal zijn om een glaciaal uit te lokken. In dat geval wordt onze aardbol één grote hete woestijn."... zoals Venus!

Ik wil er de lezer attent op maken dat dit geen onheilsprofetie is. Wat hierboven beschreven is steunt op feitelijke en controleerbare gegevens. De mens moet weten dat struisvogelpolitiek geen oplossing biedt, integendeel. Het wordt tijd dat men de ogen opent en zich voorbereidt op het onvermijdelijke!

(*) lees meer in "De wereld waarin we leven": http://www.freewebs.com/juvenespropace

Marc De Maesschalck